Toediening

Toediening van antroposofische medicijnen kan op drie manieren.

  1. In de vorm van druppels, korrels of tabletten via het spijsverteringskanaal is de meest vanzelfsprekende manier. Het geneesmiddel wordt gewoon via de stofwisseling door het lichaam opgenomen.
  2. Zalf en olie worden via de huid toegediend. Deze middelen werken vooral via het zenuwzintuigstelsel.
  3. De injectie van vloeistof is de meest directe toedieningsweg. Een injectie in de spieren (intramusculair) of in de bloedbaan (intraveneus) is nog directer dan de onderhuidse (subcutane) injectie.