Achtergrond en bereiding

De processen die zich in mens en natuur afspelen, zijn van groot belang voor de antroposofische geneeskunde en de antroposofische geneesmiddelen. De mens is een afspiegeling in het klein van wat zich in de gehele kosmos afspeelt. Antroposofische medicijnen hebben een minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong. Ze werden ontwikkeld door Rudolf Steiner in samenwerking met een aantal artsen en apothekers.

Steiner liet zien dat je een plant (of mineraal, of dier) grondig moet bestuderen om te ontdekken of en op welke manier zij als geneesmiddel zou kunnen dienen. Hoe ziet een plant eruit, hoe groeit en bloeit hij? In welke omgeving? Wat is zijn chemische samenstelling? Welke processen komen in de plant tot uitdrukking? Het antwoord op zulke vragen levert een beeld op van de verborgen kwaliteit en werkzaamheid van de plant.

Steiner bouwde onder andere voort op een idee van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, het principe similia similibus curentur, ofwel het gelijke wordt door het gelijksoortige genezen. Hahnemann zag bijvoorbeeld dat de inname van kinine leidde tot symptomen die sterk leken op een malaria-aanval. Dit bracht hem op het idee om gepotentieerde kinine als geneesmiddel te gebruiken.

Bereiding
De bereidingswijze maakt een geneesmiddel geschikt voor een bepaalde aandoening of een bepaald lichaamsgebied. Mogelijke bereidingswijzen zijn koken, roosteren verkolen en potentiëren.

De techniek van het potentiëren werd ontwikkeld door Hahnemann die ontdekte dat de werking van een geneesmiddel bij verdunning niet afneemt, maar juist toeneemt. Stapsgewijs verdunnen, ofwel potentiëren, versterkt de werkzaamheid.

Bij de geneesmiddelenbereiding wordt bijvoorbeeld één deel geconcentreerd plantenaftreksel verdund met negen delen water. Het mengsel wordt vervolgens zodanig bewogen dat er andere krachten vrijkomen. Dit is een verdunning van 1 op 10, die wordt aangeduid met D1. Verdere verdunningen volgen. Hoe hoger het getal achter de D, hoe groter de verdunning en hoe sterker het geneesmiddel. Terwijl de werkzame stof verdwijnt, komt de vormkracht van mineraal, plant of dier vrij. Deze verbindt zich meer en meer met de vloeistof.